Growth through Research, development & demonstration in Offshore Wind

Position paper: Innovatie voor wind op zee (only available in Dutch)

Windenergie op zee is uitgegroeid tot een strategische pijler onder de Nederlandse energievoorziening, industriële concurrentiekracht en economische groei. Het belang van deze pijler zal verder toenemen door de beoogde opschaling van ca. 35 GW nu naar 300 GW in 2050 voor de gehele Noordzee. Zonder een gerichte aanpak voor (technologische en institutionele) innovaties zullen de doelstellingen niet, te laat en/of tegen onnodig hoge (maatschappelijke) kosten worden gerealiseerd.

Wij roepen beleidsmakers op om bij het ontwerpen van innovatiebeleid expliciet aandacht te besteden aan de rol van missie-gedreven innovatieprogramma's voor windenergie op zee en de borging van een structureel innovatie-instrumentarium voor onderzoek, demonstratie en opschaling. Daarbij dient innovatiebeleid expliciet verbonden te worden met energiebeleid, milieubeleid, industriebeleid, arbeidsmarktbeleid en infrastructuurontwikkeling.


Nederland beschikt over een internationaal toonaangevende offshore windsector met sterke kennisinstellingen, technologiebedrijven en maritieme expertise. De sector draagt bij aan export, werkgelegenheid, innovatiekracht en het verdienvermogen van Nederland. Het behoud van deze positie vraagt echter om blijvende investeringen in innovatie en opschaling.

De grootschalige uitrol van wind op zee (in Nederland en onze buurlanden) brengt naast kansen ook nieuwe uitdagingen met zich mee: met betrekking tot ecologie, meervoudig ruimtegebruik, veiligheid, netinpassing, ontwikkeling van de elektriciteitsvraag, circulariteit, werkgelegenheid, scholing, financiering, et cetera. Uitdagingen waarvoor ook hier innovaties kosteneffectieve oplossingen (kunnen) bieden.

GROW is een samenwerkingsverband van 19 industriële partners vanuit de hele waardeketen en 4 kennisinstellingen, die al 10 jaar samenwerken op innovaties voor windenergie op zee. De projecten van dit consortium hebben bijgedragen aan kostenreductie, een betere ruimtelijke en ecologische inpassing, en een goede integratie in het energiesysteem. We zien dat cruciale onderdelen van het innovatie-ecosysteem onder toenemende druk staan (zie hieronder). We roepen daarom op tot een meer gecoördineerde aanpak van innovatie en implementatie van wind op zee die goed is voor het behalen van de energie- en klimaatdoelstellingen, én voor het versterken van de Nederlandse economie. Het huidige generieke overheidsinstrumentarium is te versnipperd en sluit niet goed meer aan bij de innovatie-uitdagingen waar overheid en sector gezamenlijk aan dienen te werken.

Onze boodschap laat zich samenvatten in de volgende zeven punten:

  1. Innovatie is essentieel voor het behalen van overheidsdoelstellingen voor offshore wind met maximale maatschappelijke baten.
  2. De uitdagingen voor grootschalige ontwikkeling zullen toenemen (kosten, ecologie, systeemintegratie, veiligheid, circulariteit (‘materialen crisis’), etc.).
  3. Innovatie loont: GROW berekende dat iedere euro publieke innovatiesteun zal leiden tot €20–€100 aan systeem brede kostenreducties voor offshore wind op de Nederlandse Noordzee richting 2030–2050.
  4. De innovatiecapaciteit van de Nederlandse offshore windsector staat onder druk:
    • Tegenwind voor de businesscase (stijgende kosten, vertraagde aanbestedingen, achterblijvende elektriciteitsvraag, netcongestie, etc.),
    • Beëindiging van innovatie als aanbestedingscriterium voor de bouw van grote windparken,
    • Onvoldoende ondersteuning voor innovaties met middelhoog TRL1-niveau door beëindiging van HER+ en PPS-regelingen en verminderde flexibiliteit (b.v. thematische competitieve MOOI-tenders (met beperkt budget, eens in de twee jaar geopend) versus een open HER+ regeling (“first come, first serve”)),
    • Het wegvallen van budget voor energie-innovaties in de overheidsbegroting na 2026.
  5. Ontwikkeling en demonstratie van innovaties op zee zijn kapitaalintensief, complex en risicovol. Maar ze zijn essentieel voor het verkrijgen van vertrouwen in innovatie door de markt. Met name voor demonstratieprojecten en innovaties in het middelhoog TRL1-segment bestaat een financierings- en implementatiekloof.
  6. Publieke en private uitgaven kunnen efficiënter en effectiever worden ingezet. Middellange- en langetermijninnovatieprogramma’s moeten concreter en gedetailleerder zijn en sterk afgestemd op andere beleidsdomeinen. Verkokering en versnippering van beleid leidt tot moeizame en langdurige innovatie-trajecten, waarbij de uiteindelijke demonstratie op zee vaak een onoverkomelijke barrière blijkt te zijn, met name voor start-ups en scale-ups.

Kortom:

Een gecoördineerde programmering en afstemming van onderzoek, ontwikkeling & demonstratie én implementatie (RDD&D2) is nodig, specifiek gericht op (wind)energie op zee. Dit betreft ook een voorspelbare (Noordwest Europese) uitrol van tenders, samenhangend met een toename van de vraag naar elektriciteit en de aanpak van de netcongestie. Daarbij dient innovatiebeleid expliciet verbonden te worden met energiebeleid, industriebeleid, arbeidsmarktbeleid en infrastructuurontwikkeling.


  1. Voor de definitie van Technology Readiness Levels Klik hier
  2. RDD&D: Research, Development, Demonstration & Deployment

            Position paper: Innovatie voor wind op zee (only available in Dutch)
magnify
Position paper: Innovatie voor wind op zee (only available in Dutch)
magnify